ECLI:NL:GHSGR:2008:BC9716
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Mos-Verstraten
- Van Leuven
- Van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep omgangsregeling internationale kinderontvoering en kostenverdeling
In deze zaak staat de omgangsregeling tussen de moeder en haar minderjarige kind centraal, waarbij het kind zijn gewone verblijfplaats bij de vader in Nederland heeft. De vader is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank die de omgangsregeling en de kostenverdeling vaststelde.
De vader betwist onder meer de duur van de omgangsregeling, de verdeling van de reiskosten, en de bezoekregeling met de grootmoeder van moederszijde. De Centrale Autoriteit, namens de moeder, verzet zich tegen het beroep en stelt dat de rechtbank de regeling op juiste wijze heeft vastgesteld.
Het hof oordeelt dat het in het belang van het kind is dat omgang met de moeder plaatsvindt, bevestigt de verblijfplaats bij de vader en wijzigt de omgangsregeling door de vader een jaarlijkse tegemoetkoming van € 800,- toe te kennen voor reiskosten van de moeder. Tevens bepaalt het hof dat de vader tweemaal met het kind de grootmoeder in het buitenland zal bezoeken tot het twaalfde levensjaar van het kind.
De overige punten uit de bestreden beschikking worden bekrachtigd, en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het hoger beroep wordt voor het overige afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijzigt de omgangsregeling door een jaarlijkse tegemoetkoming van € 800,- toe te kennen en bepaalt bezoekregeling grootmoeder tot twaalfjarige leeftijd; verder wordt de beschikking bekrachtigd.