ECLI:NL:GHSGR:2008:BC9737
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Mos-Verstraten
- Van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Toekenning eenhoofdig gezag aan moeder wegens onaanvaardbaar risico voor minderjarige
In deze zaak stond het verzoek van de moeder centraal om het gezamenlijk gezag over de minderjarige te wijzigen in eenhoofdig gezag ten gunste van haarzelf. De ouders onderhouden al geruime tijd geen contact en er is geen omgang tussen de vader en het kind. De moeder kon door haar onwrikbare houding geen invulling geven aan het gezamenlijk gezag, terwijl de vader al ruim drie jaar geen contact meer had met de minderjarige.
De Raad voor de Kinderbescherming bracht een rapport uit waarin werd gesteld dat een omgangsregeling met de vader in strijd zou zijn met de zwaarwegende belangen van het kind vanwege haar kwetsbaarheid en ontwikkelingsachterstand. Een gedwongen omgangsregeling zou de stabiele opvoedingssituatie in gevaar brengen. De vader wenste wel omgang onder begeleiding, maar de moeder was hiertegen onvermurwbaar.
Het hof oordeelde dat het gezamenlijk gezag niet langer in het belang van het kind was omdat de noodzakelijke communicatie en samenwerking tussen ouders ontbrak. Voortzetting van gezamenlijk gezag zou een onaanvaardbaar risico vormen, met name bij situaties die spoedige toestemming van beide ouders vereisen, zoals medische behandelingen. Daarom vernietigde het hof de eerdere beschikking die het verzoek tot eenhoofdig gezag had afgewezen en kende het het eenhoofdig gezag toe aan de moeder, met het oog op de stabiliteit en veiligheid van de opvoeding van de minderjarige.
Uitkomst: Het hof kent de moeder het eenhoofdig gezag toe over de minderjarige wegens het onaanvaardbare risico van voortzetting van gezamenlijk gezag.