ECLI:NL:GHSGR:2008:BD0354
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Otto Vonk
- Van Knobelsdorff
- Albert
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over waardebepaling woning en toepassing artikel 26a Wet WOZ
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de door de Inspecteur vastgestelde WOZ-waarde van een woning te Rotterdam, gesteld op € 99.000 voor het tijdvak 2005-2006. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd de waarde verlaagd tot € 95.000, hetgeen binnen de zogenoemde Fierensmarge valt. De Inspecteur stelde echter dat artikel 26a van de Wet WOZ een verlaging van de waarde binnen deze marge verhindert.
In hoger beroep klaagde belanghebbende dat de rechtbank onvoldoende was ingegaan op argumenten over inbreuk op het eigendomsrecht en ambtshalve verlaging. Het Hof oordeelde dat de verdragsbepalingen uit het IVBPR en EVRM de toepassing van artikel 26a Wet WOZ niet in de weg staan en dat het compromis tussen partijen niet inhield dat de Inspecteur bevoegdheid had om de waarde te verlagen.
Het incidentele hoger beroep van de Inspecteur tegen de veroordeling in proceskosten werd gegrond verklaard. Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, waarbij het Hof de waarde van € 99.000 handhaafde. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot cassatieberoep.
Uitkomst: Het Hof verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de WOZ-waarde van € 99.000.