ECLI:NL:GHSGR:2008:BD0536
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M. Mos-Verstraten
- J. van Nievelt
- R. van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot schorsing uitvoerbaarverklaring omgangsregeling minderjarigen
De moeder verzocht het gerechtshof om schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van een omgangsregeling die door de rechtbank was vastgesteld, waarbij de minderjarige kinderen bij de vader zouden verblijven volgens een opbouwende regeling. De moeder had echter geen hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank waartegen zij schorsing wilde verkrijgen.
Het hof overwoog dat een verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad alleen ontvankelijk is indien er een hoger beroepsprocedure is ingesteld. Omdat de moeder geen hoger beroep had ingediend tegen de beschikking, kon het hof haar verzoek niet in behandeling nemen. De moeder had weliswaar informeel toestemming gevraagd aan een administratief medewerker van de griffie om vooruitlopend op het hoger beroep een schorsingsverzoek in te dienen, maar dit deed niet af aan de niet-ontvankelijkheid.
De vader betwistte het verzoek en voerde aan dat er geen sprake was van een juridische of feitelijke misslag in de beschikking. Het hof bevestigde dat het verzoek niet-ontvankelijk was en wees het af. De uitspraak werd gedaan door drie raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 16 april 2008.
Uitkomst: De moeder is niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de omgangsregeling.