ECLI:NL:GHSGR:2008:BD1224
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M. Mos-Verstraten
- H. Husson
- J. Van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Beëindiging uithuisplaatsing minderjarige en handhaving ondertoezichtstelling
In deze zaak stond de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige centraal. De vader was in hoger beroep gekomen tegen de beslissing van de rechtbank die de uithuisplaatsing verlengde, terwijl hij stelde dat zijn situatie verbeterd was en hij in staat was voor het kind te zorgen.
Het hof nam de feiten van de rechtbank over, maar oordeelde dat er geen concrete redenen waren om de uithuisplaatsing te verlengen. De vader woonde inmiddels samen met zijn partner en dochter in een zelfstandige woning waar het kind een eigen kamer had. Het kind verbleef feitelijk elk weekend bij de vader en doordeweeks bij de pleegouder. De communicatie tussen ouders was verbeterd en de moeder stemde in met het verblijf bij de vader, waarbij haar omgangsrecht bij de grootmoeder gewaarborgd bleef.
Het hof besloot dat het belang van het kind beter gediend was met beëindiging van de uithuisplaatsing per 1 juli 2008 en dat de terugplaatsing geleidelijk en zorgvuldig moest plaatsvinden met passende hulpverlening. De ondertoezichtstelling bleef gehandhaafd om toezicht op de ontwikkeling van het kind te waarborgen. De belangen en veiligheid van het kind werden mede geborgd door de aanwezigheid van de grootmoeder in de directe omgeving.
De beschikking van de rechtbank werd voor het deel tot 30 juni 2008 bekrachtigd en voor het deel vanaf 1 juli 2008 vernietigd, waarna het beroep van Jeugdzorg tot verlenging van de uithuisplaatsing werd afgewezen.
Uitkomst: De uithuisplaatsing van het kind wordt beëindigd per 1 juli 2008, ondertoezichtstelling blijft gehandhaafd.