ECLI:NL:GHSGR:2008:BD1269
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Bouritius
- van den Wildenberg
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ondertoezichtstelling minderjarige wegens onvoldoende noodzaak
De moeder kwam in hoger beroep tegen de beschikking van de kinderrechter die haar minderjarige dochter onder toezicht stelde van Jeugdzorg voor de periode van een jaar. Het hof toetste of de ernstige bedreiging van de belangen van het kind niet op andere wijze dan via ondertoezichtstelling kon worden afgewend.
Uit het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming bleek dat de minderjarige sombere en depressieve gevoelens had en moeite met sociale contacten, mede door overbescherming van de moeder. De moeder had diverse initiatieven genomen om hulp te verkrijgen, maar deze waren niet altijd adequaat opgevolgd door instanties zoals Bureau Jeugdzorg.
De moeder voerde aan dat de bedreigingen onvoldoende waren aangetoond en dat de hulpverlening in vrijwillig kader voldoende zou zijn. De raad en Jeugdzorg meenden dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk bleef. De vader vond het vooral een schoolprobleem en was het niet eens met de maatregel.
Het hof oordeelde dat niet was gebleken dat vrijwillige hulpverlening niet volstond en dat de ondertoezichtstelling daarom niet gerechtvaardigd was. De bestreden beschikking werd vernietigd en het verzoek tot ondertoezichtstelling afgewezen. Van proceskostenveroordeling werd afgezien.
Uitkomst: Het verzoek tot ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt afgewezen wegens onvoldoende noodzaak.