ECLI:NL:GHSGR:2008:BD1324
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Kort geding
- J.H.W. de Planque
- M.A.F. Tan-de Sonnaville
- A.G. Beets
- Rechtspraak.nl
Hof bevestigt onbillijke benadeling werknemer door concurrentiebeding en wijst vordering af
De werknemer trad op 1 juli 2006 in dienst bij HW Technics B.V. met een concurrentiebeding dat hem verbood om binnen een jaar na beëindiging van het dienstverband bij een concurrent te werken. Na het aflopen van het contract ging de werknemer in dienst bij Delta Heat Services B.V., een directe concurrent van HW.
HW stelde dat de werknemer het concurrentiebeding schond en dat Delta hiervan profiteerde, en vorderde in kort geding een verbod en schadevergoeding. De werknemer en Delta voerden verweer en verzochten onder meer schorsing van het concurrentiebeding.
Het hof overwoog dat de werknemer geen specifieke concurrentiegevoelige kennis had en dat de investering van HW in de werknemer niet zodanig was dat handhaving van het concurrentiebeding gerechtvaardigd was. Ook het belang van de werknemer om bij een werkgever van zijn keuze te werken en het feit dat hij bij Delta een hoger loon ontving, wogen zwaar.
Het hof concludeerde dat het concurrentiebeding de werknemer onbillijk benadeelde en wees de vordering van HW af. Tevens werd HW veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van HW af wegens onbillijke benadeling van de werknemer door het concurrentiebeding.