ECLI:NL:GHSGR:2008:BD2015
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M. Mos-Verstraten
- J. Husson
- J. Bos
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter inzake internationale wijziging voorlopige kinder- en partneralimentatie
In deze zaak staat de vraag centraal of de Nederlandse rechter bevoegd is om kennis te nemen van verzoeken tot wijziging van voorlopige kinder- en partneralimentatie, terwijl een eerdere procedure in Frankrijk hierover is gevoerd.
De man was in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank die zich bevoegd had verklaard. Hij stelde dat vanwege litispendentie en een eerdere Franse uitspraak de Nederlandse rechter onbevoegd was. Het hof overwoog dat artikel 27 van Pro de EEX-Verordening (EG) Nr. 44/2001 bepaalt dat bij parallelle procedures in verschillende lidstaten de laatst aangesproken rechter de behandeling moet aanhouden totdat de eerst aangesproken rechter zijn bevoegdheid heeft vastgesteld.
Het hof concludeerde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat zij bevoegd was, omdat de Franse rechter geen beslissing had genomen over de alimentatiebijdragen, waardoor geen tegenstrijdige uitspraken mogelijk waren. De grieven van de man berustten op een onjuiste lezing van de Franse uitspraak en de toepasselijke wettelijke bepalingen.
Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en bepaalde dat tegen deze beslissing beroep in cassatie mogelijk is. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bevestigt de bevoegdheid van de Nederlandse rechter en wijst het hoger beroep van de man af.