ECLI:NL:GHSGR:2008:BD2920
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Mos-Verstraten
- Kamminga
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid vader in verzoek tot vaststelling omgangsregeling met minderjarige
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die de vader ontvankelijk verklaarde in zijn verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling met hun minderjarige kind. De moeder betwistte de ontvankelijkheid omdat volgens haar geen nauwe persoonlijke betrekking of family life bestond tussen de vader en het kind.
Het hof onderzocht de feiten, waaronder het contact tussen vader en kind in de eerste levensjaren, aanwezigheid bij de geboorte, bezoeken aan familie en het spelen met het kind. Ondanks het onregelmatige verloop van de relatie tussen ouders en het ontbreken van erkenning, concludeerde het hof dat voldoende bijkomende omstandigheden aanwezig zijn die duiden op een nauwe persoonlijke betrekking of family life in de zin van artikel 8 EVRM Pro.
De moeder had aangevoerd dat het contact na drie maanden na de geboorte minimaal was en dat de vader zich niet bemoeide met opvoeding of financiële bijdragen leverde. De vader stelde daartegenover dat hij regelmatig contact had, het kind verzorgde en dat erkenning door de moeder werd tegengehouden.
De Raad voor de Kinderbescherming had geen standpunt over de ontvankelijkheid, maar adviseerde een begeleide omgang. Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en verklaarde de vader ontvankelijk in zijn verzoek tot omgang met het kind.
Uitkomst: Het hof verklaart de vader ontvankelijk in zijn verzoek tot omgang met de minderjarige en bekrachtigt de bestreden beschikking.