ECLI:NL:GHSGR:2008:BD3737
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- I.E. de Vries
- J.C.F. van Gelder
- N.C. van Bellen
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke veroordeling zorgverlener wegens nalaten adequate zorg aan dementerende cliënt
De verdachte, werkzaam als zorgverlener in de thuiszorg, werd beschuldigd van het niet adequaat verzorgen van een aan hem toevertrouwde dementerende bejaarde man. In hoger beroep sprak het hof de verdachte vrij van de beschuldiging van mishandeling wegens gebrek aan bewijs van opzet en lichamelijk letsel.
Wel werd bewezen verklaard dat de verdachte de hulpbehoevende in een hulpeloze toestand heeft gelaten door het nalaten van verzorging op een specifiek moment, zoals blijkt uit tegenstrijdige verklaringen en het logboek. Het hof verwierp het beroep op psychische overmacht omdat geen sprake was van onweerlegbare dwang.
De straf werd gematigd vanwege de jarenlange goede zorg die de verdachte eerder had geboden, de zware werkomstandigheden en het ontbreken van eerdere justitiële contacten. Gelet op het belang van bescherming van hulpbehoevenden en de individuele verantwoordelijkheid van zorgverleners, legde het hof een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken op met een proeftijd van twee jaar.
Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht, waarbij de verdachte werd veroordeeld voor het nalaten van zorg, maar vrijgesproken van andere tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken wegens nalaten adequate zorg.