ECLI:NL:GHSGR:2008:BD6333
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Mink
- Labohm
- Bouritius
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderalimentatie en draagkracht vader na echtscheiding
In deze zaak staat de hoogte en ingangsdatum van de kinderalimentatie voor twee minderjarige kinderen centraal. De moeder stelt dat de alimentatie moet ingaan vanaf 1 juli 2006, omdat de vader toen inkomsten uit arbeid had en hij vanaf dat moment rekening moest houden met zijn onderhoudsplicht. Het hof volgt dit standpunt en wijzigt de ingangsdatum van de alimentatie.
Daarnaast is in geschil wat het netto gezinsinkomen tijdens het huwelijk was, dat als uitgangspunt dient voor de behoefte van de minderjarigen. Het hof oordeelt dat het inkomen ten tijde van het huwelijk lager lag dan de rechtbank aannam, namelijk rond het bijstandsniveau, omdat partijen destijds net hun studie hadden afgerond en weinig verdiencapaciteit hadden.
Het hof berekent vervolgens de draagkracht van de vader aan de hand van zijn inkomen in 2006, 2007 en 2008, rekening houdend met zijn lasten en het inkomen van de moeder. De vader wordt geacht een bijdrage te leveren van respectievelijk €197, €296 en €215 per maand voor beide kinderen samen, met corresponderende bedragen per kind. De moeder hoeft eventueel teveel ontvangen alimentatie niet terug te betalen vanwege het consumptieve karakter ervan.
De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het de alimentatie betreft en het hof stelt de bijdrage opnieuw vast. Het incidenteel beroep van de moeder wordt toegewezen, het principaal beroep van de vader wordt afgewezen.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt vastgesteld met ingang van 1 juli 2006 en de bijdrage van de vader aangepast aan zijn draagkracht over 2006-2008.