ECLI:NL:GHSGR:2008:BD6913
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Kamminga
- Mulder
- Rechtspraak.nl
Terugvordering van onverschuldigd betaalde alimentatie na beëindiging onderhoudsverplichting
De man kwam in hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank waarin was bepaald dat hij de teveel betaalde alimentatie na 19 mei 2004 niet mocht terugvorderen van de vrouw. Vast stond dat de onderhoudsverplichting op die datum was geëindigd, maar de vrouw stelde dat het bedrag lager was en dat zij niet in staat was terug te betalen vanwege een gering inkomen en bestedingen aan medische en huishoudelijke kosten en haar kinderen.
Het hof oordeelde dat de vrouw onvoldoende bewijs had geleverd van het verbruik van het bedrag dat zij uit de verkoop van de echtelijke woning had ontvangen, en dat haar financiële situatie onduidelijk was. Ook de stelling dat de betaling een natuurlijke verbintenis betrof werd verworpen, omdat de man niet uit een dringende morele verplichting had betaald en de omstandigheden ten tijde van de betaling dit niet rechtvaardigden.
Het hof vernietigde daarom het oordeel van de rechtbank en veroordeelde de vrouw tot terugbetaling van het teveel betaalde alimentatiebedrag na 19 mei 2004. De vrouw kan naar verwachting in de toekomst alsnog aan deze verplichting voldoen, onder meer door pensioenuitkeringen van de man.
Uitkomst: De vrouw is veroordeeld tot terugbetaling van de na 19 mei 2004 teveel betaalde alimentatie.