ECLI:NL:GHSGR:2008:BD7961
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Husson
- Van der Kuijl
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot inschrijving betwiste geboorteakte en bevestiging bevoegdheid rechtbank
De zaak betreft een hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek om een geboorteakte van een minderjarige in te schrijven in de registers van de gemeente ’s-Gravenhage. De verzoeker, vader en wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige, stelt dat een eerdere geboorteakte uit 1994 vernietigd is en dat de in 2004 opgemaakte akte als vervanging moet worden ingeschreven. Hij betwist het oordeel van de rechtbank dat niet eerder dan 2004 een familierechtelijke betrekking is ontstaan en voert aan dat internationale privaatrechtelijke regels terugwerkende kracht kunnen geven aan de akte.
De ambtenaar van de burgerlijke stand stelt dat het gaat om de rechtsgeldigheid van de geboorteakte en niet om de nationaliteit van de minderjarige. Uit onderzoek blijkt dat de geboorteakte uit 2004 de eerste is en dat de verklaringen van de ouders tegenstrijdig zijn. Ook is er geen bewijs van een rechtsgeldige erkenning in het geboorteland. De advocaat-generaal concludeert dat de grieven ongegrond zijn en dat de rechtbank terecht het verzoek heeft afgewezen. Het hof oordeelt dat de rechtbank bevoegd is en dat er onvoldoende feiten zijn om de eerdere akte aannemelijk te maken.
Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en wijst het verzoek tot inschrijving van de geboorteakte af. De rechtbank heeft niet beslist over de Nederlandse nationaliteit van de minderjarige, maar gebruikte dit als uitgangspunt voor haar oordeel. De man heeft onvoldoende onderbouwd dat hij een familierechtelijke betrekking had met de minderjarige voor 2004, mede gezien verklaringen van de moeder en de minderjarige zelf.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot inschrijving van de geboorteakte.