ECLI:NL:GHSGR:2008:BD8641
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Kamminga
- Mink
- Van Wijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsingsverzoek uitvoerbaarheid bij voorraad partner- en kinderalimentatie
In hoger beroep verzoekt de man schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van een beschikking waarin hij gehouden is partner- en kinderalimentatie te betalen. De rechtbank had bepaald dat de man vanaf 1 maart 2007 maandelijks € 1.000 per kind en € 5.250 aan partneralimentatie aan de vrouw moet betalen, alsmede een verrekening van € 46.392.
De man stelt dat hij een restitutierisico loopt indien hij de bedragen betaalt, mede vanwege tegenvorderingen op de vrouw, en dat de kinderen na schorsing nog alimentatie ontvangen op grond van een buitenlandse rechter. De vrouw betwist het restitutierisico en wijst op een storting van het verschuldigde bedrag op een derdengeldenrekening. Tevens beroept zij zich op haar behoefte aan de alimentatie.
Het hof oordeelt dat het verzoek tot schorsing niet ontvankelijk is op grond van artikel 208 Rv Pro, maar inhoudelijk ook onvoldoende is onderbouwd. Er is geen sprake van een juridische of feitelijke misslag of noodtoestand. Het belang van de vrouw bij de alimentatie is zwaarwegend. Daarom wijst het hof het verzoek af en zet de behandeling van het hoger beroep voort.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad af en zet het hoger beroep voort.