ECLI:NL:GHSGR:2008:BD9064
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.M. Reinking
- C.G.M. van Rijnberk
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig bewijs voor niet verlenen voorrang met dodelijke afloop, taakstraf voor gevaarzetting
De verdachte, een vrachtwagenchauffeur, werd beschuldigd van het niet verlenen van voorrang aan een fietser bij het verlaten van een rotonde, wat leidde tot een dodelijk ongeval. In eerste aanleg werd hij veroordeeld tot een werkstraf en ontzegging van rijbevoegdheid. In hoger beroep vernietigde het hof het vonnis en sprak de verdachte vrij van het primair tenlastegelegde wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.
Het hof oordeelde dat niet bewezen kon worden dat de verdachte geen richting had aangegeven of niet had gekeken of de weg vrij was. De verklaringen van getuigen waren onvoldoende onderbouwd en de verdachte had verklaard wel richting te hebben aangegeven. Het hof verwierp het beroep op afwezigheid van alle schuld omdat de verdachte de fietser kort daarvoor had gezien en toch niet de vereiste zorgvuldigheid betrachtte.
Het hof achtte bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde, een overtreding van artikel 5 WVW Pro 1994 (gevaarzetting in het verkeer), had begaan. Gezien de ernst van het feit, de omstandigheden, het ontbreken van eerdere justitiële contacten en het betuigen van spijt, legde het hof een taakstraf van 180 uur op, met een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor 12 maanden.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van primair tenlastegelegde, veroordeeld tot taakstraf en ontzegging rijbevoegdheid voor gevaarzetting.