ECLI:NL:GHSGR:2008:BD9386
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Kamminga
- Kleykamp-van der Ben
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vergoedingsrecht uit huwelijksgemeenschap bij uitsluitingsclausule
In deze zaak staat het vergoedingsrecht van de man uit de ontbonden huwelijksgemeenschap centraal, met betrekking tot gelden die hij onder een uitsluitingsclausule heeft ontvangen uit de nalatenschap van zijn moeder. De rechtbank had eerder bepaald dat de man geen recht had op reprise, maar het hof vernietigt dit oordeel.
Het hof stelt vast dat de man voldoende heeft aangetoond dat het vermogen dat hij ontving uit de nalatenschap onder de uitsluitingsclausule valt en niet is vermengd met het gemeenschapsvermogen. Het hof gaat uit van de nominaliteitsleer voor vergoedingsrechten, waarbij de man aanspraak kan maken op het nominale bedrag, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen, wat hier niet het geval is.
De vrouw voerde aan dat een deel van het vermogen voor consumptieve doeleinden is gebruikt, maar dit is niet voldoende onderbouwd. Het hof oordeelt dat het vergoedingsrecht van €222.455,- kan worden geëffectueerd zonder dat dit tot financiële noodsituaties leidt. Daarnaast bepaalt het hof dat de vrouw een afschrift van de verbouwingsstukken aan de man moet verstrekken en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere verdeling van de gemeenschap.
Uitkomst: De man heeft recht op reprise uit de huwelijksgemeenschap van €222.455,- en de zaak wordt terugverwezen voor verdere verdeling.