ECLI:NL:GHSGR:2008:BD9767
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- van Leuven
- Mink
- Rechtspraak.nl
Verrekening vermogensvermeerdering en verdeling bij echtscheiding met huwelijkse voorwaarden
Partijen zijn in 1972 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden. De man had vóór het huwelijk een woning gekocht die alleen op zijn naam stond, maar gefinancierd werd met een hypotheek op beider naam. De vraag was of de waardestijging van deze woning in de verrekening bij echtscheiding moest worden betrokken.
Het hof volgt de man in zijn standpunt dat de waardestijging van het pand niet in de verrekening valt omdat het pand buiten de huwelijkse voorwaarden werd gehouden en het vóór het huwelijk in privé-eigendom was. Wel wordt de aflossing van de hypotheekschuld betrokken, omdat deze tijdens het huwelijk is gedaan en niet uit privé-middelen van de man kon worden aangetoond.
Daarnaast behandelt het hof de verdeling van inboedelgoederen, de verkoopopbrengst van een gezamenlijk bewoonde woning, vorderingen uit hoofde van erfenissen en schenkingen, en de vraag naar gebruiksvergoeding voor het gebruik van de woning. Het hof benadrukt dat huurinkomsten als inkomen gelden en dat renovaties uit overgespaard inkomen niet als belegging in het pand kunnen worden aangemerkt, maar dat de nominale bedragen daarvan wel in de verrekening moeten worden betrokken.
Het hof wijst diverse vorderingen toe en wijst op het belang van een zorgvuldige financiële afwikkeling, waarbij partijen worden verzocht aanvullende gegevens over banksaldi en aandelen te overleggen. De zaak wordt aangehouden voor nadere informatie en verdere beslissing.
Uitkomst: De waardestijging van de woning vóór het huwelijk wordt niet verrekend, wel worden hypotheekaflossingen betrokken; diverse vermogensbestanddelen worden naar redelijkheid verdeeld en de zaak wordt aangehouden voor nadere financiële gegevens.