ECLI:NL:GHSGR:2008:BD9788
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Husson
- Van Walderveen
- Rechtspraak.nl
Partneralimentatie: winst uit onderneming blijft buiten beschouwing bij draagkracht
In deze zaak stond de hoogte van de partneralimentatie tussen partijen centraal. De vrouw was in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank die haar een maandelijkse alimentatie van €1.385 toekende. Zij vorderde een verhoging naar €3.250 bruto per maand, terwijl de man in incidenteel appel verzocht de alimentatie op nihil te stellen.
Het hof onderzocht de behoefte en behoeftigheid van de vrouw en de draagkracht van de man. De vrouw had een netto inkomen van €2.100 per maand, inclusief inkomsten uit verhuur van een woning. Het hof achtte het niet redelijk om van haar te verlangen de huur te verhogen vanwege haar gezondheid en beperkte verdiencapaciteit. De behoefte van de vrouw werd vastgesteld op circa €3.000 netto per maand, wat neerkomt op een bruto behoefte van ongeveer €1.370.
De man had een bruto jaarinkomen van €72.000 als werknemer van zijn onderneming. De winst uit de onderneming werd door het hof buiten beschouwing gelaten bij de draagkrachtbepaling, omdat deze winst bedrijfseconomisch noodzakelijk was om de onderneming financieel gezond te houden en vanwege de kwetsbare gezondheid van de man. De door de man betaalde premies voor lijfrente werden wel in aanmerking genomen.
Op basis van deze gegevens stelde het hof de draagkracht van de man vast op een alimentatie van €730 per maand. De bestreden beschikking werd vernietigd en de alimentatie werd dienovereenkomstig vastgesteld. Het hof verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wees het overige in hoger beroep meer of anders verzochte af.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt vastgesteld op €730 per maand, waarbij de winst uit onderneming buiten beschouwing blijft.