ECLI:NL:GHSGR:2008:BE8905
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Husson
- Pannekoek-Dubois
- Mertens-de Jong
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens verlies werking beschikking huishoudgeld door voorlopige voorzieningen
De man kwam in hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin hij verplicht werd huishoudgeld te betalen aan de vrouw. Hij stelde dat hij het teveel betaalde bedrag niet zou terugvorderen over de periode september 2006 tot maart 2007. De rechtbank had later bij voorlopige voorzieningen bepaald dat de man vanaf maart 2007 een bijdrage in de kosten van levensonderhoud moest betalen, waarmee de eerdere huishoudgeldbeschikking zou komen te vervallen.
Het hof oordeelde dat het niet duidelijk is wanneer een beschikking over huishoudgeld eindigt, maar dat het duidelijk moest zijn dat de beschikking niet naast een voorlopige voorziening kan voortbestaan. De regeling van artikel 822 Rv Pro ziet op levensonderhoud tijdens de echtscheidingsprocedure en vervangt de eerdere beschikking. De man had geen belang meer bij het hoger beroep omdat de eerdere beschikking haar werking had verloren.
Daarom verklaarde het hof de man niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep. De rechtbank had terecht overwogen dat de beschikking over huishoudgeld haar werking verloor door de latere voorlopige voorziening. De procedure werd daarmee beëindigd.
Uitkomst: Het hof verklaart de man niet-ontvankelijk in hoger beroep omdat de eerdere beschikking over huishoudgeld haar werking verloor door een latere voorlopige voorziening.