ECLI:NL:GHSGR:2008:BE9509
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.H. van Coeverden
- T.L. Tan
- J.J. van Es
- Rechtspraak.nl
Compensatie voor verlies aandelenopties bij niet gerealiseerde aandelenparticipatie
Werknemer was van 1 juli 1999 tot 1 januari 2001 in dienst bij K&B en sprak mondeling af dat een schade van ƒ 140.000,- (netto) wegens verlies van aandelenopties bij zijn vorige werkgever ING zou worden gecompenseerd door verrekening met de koopsom voor aandelen in K&B. Deze participatie is uiteindelijk niet gerealiseerd.
De rechtbank wees de vorderingen van werknemer af, maar in hoger beroep oordeelt het hof dat de mondelinge afspraken en schriftelijke correspondentie voldoende duidelijk zijn om een compensatie toe te kennen. Hoewel de aandelenparticipatie niet doorging, mag de compensatie niet achterwege blijven. Het hof vult de leemte in de afspraken aan op grond van redelijkheid en billijkheid en artikel 6:248 lid 1 BW Pro en artikel 7:611 BW Pro.
Het hof bepaalt dat K&B werknemer een bruto bedrag van €63.529,23 moet betalen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 juli 1999. Tevens moet K&B redelijke voorstellen van werknemer honoreren om de belastingdruk op deze compensatie te beperken. De proceskosten worden gecompenseerd en het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd.
Uitkomst: K&B moet werknemer een bruto compensatie van €63.529,23 betalen voor het verlies van aandelenopties, vermeerderd met wettelijke rente.