ECLI:NL:GHSGR:2008:BF1230
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Th.W.H.E. Schmitz
- R. van der Vlist
- A.G. Beets
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van vergoeding bij vervroegde aflossing lening ondanks geschil over kredietvoorwaarden
LCN Holding B.V. had sinds 1996 een bankrelatie met de Rabobank Schouwen-Duiveland, die in 2004 werd beëindigd toen LCN overstapte naar een andere bank. De bank bracht LCN een bedrag van €29.933,09 in rekening als vergoeding voor vervroegde aflossing van een lening, gebaseerd op artikel 25 van Pro de Algemene Voorwaarden voor zakelijke dienstverlening van de Rabobankorganisatie 2000. LCN betaalde dit bedrag onder protest en vorderde het terug.
LCN stelde dat de bank misbruik had gemaakt van haar positie door haar te dwingen tot vervroegde aflossing en het stellen van excessieve zekerheden, en dat de bank zich niet had gehouden aan de eisen van redelijkheid en billijkheid. Het hof oordeelde echter dat de bank gerechtigd was aanvullende zekerheden te verlangen gezien de financiële situatie van LCN en dat het stellen van een borgtocht niet onredelijk was. Tevens werd geoordeeld dat artikel 25 niet Pro onredelijk bezwarend was voor LCN, die geen consument maar een bedrijf is en vooraf op de hoogte was van de vergoeding.
De stelling van LCN dat de vergoeding op grond van billijkheid gematigd moest worden, werd verworpen omdat artikel 25 geen Pro boetebeding betreft en de vergoeding niet het gevolg is van een tekortkoming. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Middelburg en veroordeelde LCN in de proceskosten van de bank.
Uitkomst: De vordering van LCN tot terugbetaling van de vergoeding bij vervroegde aflossing wordt afgewezen en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.