ECLI:NL:GHSGR:2008:BF1785

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
9 september 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
105.012.114-01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor en voorlopige plaatsopneming wegens strijd met goede procesorde

Op 19 september 2007 diende appellant een verzoek in tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor en/of voorlopige plaatsopneming, samenhangend met een hoger beroep tegen eerdere vonnissen. HDW verweerde zich primair met het verweer dat het verzoek strijdig was met de goede procesorde omdat het verzoek pas ruim vijf jaar na de inleidende dagvaarding werd gedaan terwijl het hoger beroep in een vergevorderd stadium was.

Het hof overwoog dat een voorlopig getuigenverhoor bedoeld is om opheldering te verkrijgen over feiten die van belang zijn voor het geding, zodat de verzoeker zijn positie beter kan beoordelen. Het verzoek van appellant betrof het horen van deskundigen over hun onderzoeksmethoden en referentiekader van reeds overgelegde expertiserapporten. Het hof oordeelde dat dit niet binnen de strekking van een voorlopig getuigenverhoor valt en dat het verzoek daarom moest worden afgewezen.

Daarnaast werd het verzoek tot voorlopige plaatsopneming afgewezen omdat het hof niet aannemelijk achtte dat dit zou leiden tot relevante nieuwe informatie. Ook werd meegewogen dat het verzoek zou leiden tot onnodige vertraging van de hoofdprocedure, die zich in een vergevorderd stadium bevond en waarbij een uitspraak binnen afzienbare termijn te verwachten was.

Het hof veroordeelde appellant in de kosten van de procedure en wees het verzoek af.

Uitkomst: Verzoeken tot voorlopig getuigenverhoor en voorlopige plaatsopneming worden afgewezen wegens strijd met de goede procesorde en gebrek aan toegevoegde waarde.

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-GRAVENHAGE
Sector handel
Zaaknummer: 105.012.114/01
Rekestnummer (oud): R07/1550
beschikking van de vierde civiele kamer d.d. 9 september 2008
inzake
[Appellant],
wonende te [plaats],
verzoeker,
hierna te noemen: [appellant],
advocaat: mr. W. Heemskerk,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
HDW BOUWMACHINES B.V.,
gevestigd te Ridderkerk,
verweerster,
hierna te noemen: HDW,
advocaat: mr. E.M. Kostense.
Het geding
Op 19 september 2007 heeft [appellant] een verzoekschrift ingediend tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor en/of voorlopige plaatsopneming. Dit verzoek hangt samen met het bij dit hof onder zaaknummer 105.005.644/01 aanhangige hoger beroep tegen de tussen partijen gewezen vonnissen van de rechtbank Rotterdam van 13 oktober 2004 en 1 maart 2006, in welke zaak eveneens vandaag uitspraak wordt gedaan. Op 30 januari 2008 heeft [appellant] een aanvullend verzoekschrift (met producties) ingediend. HDW heeft op 7 april 2008 een verweerschrift ingediend. Ter terechtzitting van 15 april 2008, gelijktijdig met het pleidooi in de hoofdzaak, hebben partijen hun standpunten mondeling doen toelichten, [appellant] bij monde van mr. M.H.T. Coumans en mr. M.R.F. Gerrits, beiden advocaat te Utrecht, en HDW bij monde van mr. E.J. Eijsberg, advocaat te Rotterdam.
Beoordeling van het hoger beroep
1. HDW heeft primair als verweer aangevoerd dat de onderhavige verzoeken van [appellant] in strijd zijn met een goede procesorde, gelet op het feit dat hij deze verzoeken pas heeft gedaan ruim vijf jaar na de inleidende dagvaarding op het moment dat in de hoofdzaak in hoger beroep reeds pleidooi is bepaald en een beslissing van het hof binnen een afzienbare termijn kan worden verwacht. Hiermee wordt volgens HDW de procedure onnodig vertraagd.
2. Het hof stelt voorop dat een voorlopig getuigenverhoor er met name toe strekt om verzoeker de gelegenheid te bieden opheldering te verkrijgen omtrent de voor het geding van belang zijnde feiten, zulks teneinde hem in staat te stellen staat te stellen zijn positie beter te beoordelen. Een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor kan worden afgewezen op de grond dat van de bevoegdheid tot het bezigen van dit middel misbruik wordt gemaakt, waarvan onder meer sprake kan zijn wanneer de verzoeker wegens de onevenredigheid van de over en weer betrokken belangen in redelijkheid niet tot toepassing van die bevoegdheid kan worden toegelaten. Afwijzing is eveneens mogelijk indien het verzoek strijdig is met een goede procesorde, dan wel moet afstuiten op een ander, door de rechter zwaarwichtig geoordeeld bezwaar.
3. Bij de beoordeling van het verzoek acht het hof van belang dat de getuigen die [appellant] in het voorlopig getuigenverhoor wil doen horen, allen personen betreffen die met betrekking tot de knikdumpers één of meer expertiserapporten hebben uitgebracht. Deze rapporten zijn onderdeel van de processtukken in de hoofdzaak. Dit brengt mee dat [appellant] reeds (grotendeels) op de hoogte is van de bevindingen en conclusies van de beoogde getuigen. [Appellant] stelt in zijn verzoekschrift dat hij er een rechtens te rechtvaardigen belang bij heeft, dat het hof het juiste beeld krijgt van de verschillen tussen de onderzoeksmethodes en het referentiekader welke de deskundigen ir. Poot (ingeschakeld door HDW) en ir. Hoogerkamp (ingeschakeld door [appellant]) hebben gebruikt om tot hun oordeel te komen. Met het voorlopig getuigenverhoor meent Kooijman te kunnen bewijzen dat het onderzoek van ir. Hoogerkamp van een grotere waarde is dan dat van ir. Poot.
4. Het hof is van oordeel dat het horen van de door [appellant] genoemde deskundigen omtrent hun onderzoeksmethodes en referentiekader met als doel het overtuigen door Kooijman van het hof van de (on)waarde van de in de hoofdzaak overgelegde expertiserapporten, niet past binnen de strekking van een voorlopig getuigenverhoor zoals onder 2 vermeld. Reeds daarom zal het verzoek worden afgewezen.
5. Het verzoek tot het houden van een voorlopige plaatsopneming wordt afgewezen op de grond dat het hof een plaatsopneming niet zinvol acht, nu niet aannemelijk is dat deze zal leiden tot het verkrijgen van voor de beoordeling van het geschil relevante informatie waarover het hof niet reeds op grond van de stukken in de hoofdzaak beschikt
6. Het hof merkt bovendien nog op dat de hoofdzaak zich ten tijde van het indienen van het verzoekschrift reeds in een dermate vergevorderd stadium bevond, dat de verzoeken van [appellant] in strijd met de goede procesorde moeten worden geacht. Hierbij neemt het hof in aanmerking dat aannemelijk is dat toewijzing van (één van) de verzoeken tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor en/of een voorlopige plaatsopneming zal leiden tot een aanzienlijke vertraging van de hoofdprocedure, dat - behoudens in geval van toewijzing van de verzoeken - ten tijde van de indiening van het verzoekschrift een uitspraak van het hof in de hoofdzaak op afzienbare termijn was te verwachten en dat bovendien ook in de hoofdprocedure door [appellant] een (vrijwel gelijkluidend) bewijsaanbod is gedaan dat door het hof in zijn beoordeling zal worden betrokken.
7. Het hof zal derhalve de verzoeken van [appellant] afwijzen, met zijn veroordeling in de kosten van deze procedure.
Beslissing
Het hof:
- wijst de verzoeken van [appellant] tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor en/of een voorlopige plaatsopneming af;
- veroordeelt [appellant] in de kosten van dit geding, aan de zijde van HDW tot op deze uitspraak begroot op € 1788,- aan salaris procureur.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.M.T. van der Hoeven-Oud, I.M. Davids en A.G. Beets en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 september 2008 in aanwezigheid van de griffier.