ECLI:NL:GHSGR:2008:BG3452

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
5 november 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
22-001692-08
Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 261 SvArt. 179 lid 6 Wegenverkeerswet 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken bewijs gevaarzetting bij verkeersincident

In deze strafzaak stond verdachte terecht voor drie vormen van gevaarzetting in het verkeer: het rijden met een te hoge snelheid, het met een of twee wielen in de berm raken en het verliezen van de macht over het stuur. Het hof heeft onderzocht of verdachte zich aan de maximumsnelheid van 60 km/u hield en of zij de macht over het stuur verloor door eigen schuld.

Het hof heeft vastgesteld dat de auto van verdachte niet met wielen in de berm is geraakt en dat het stuurverlies niet aan verdachte te wijten was, maar mogelijk het gevolg van een onverwachte verkeerssituatie. Ook is onvoldoende bewijs gevonden dat verdachte harder reed dan verantwoord was, ondanks enkele getuigen die een hoge snelheid suggereerden. De omstandigheden, waaronder een onverwachte inhaalmanoeuvre van een fietser en het feit dat meerdere fietsers naast elkaar reden, kunnen het stuurverlies verklaren.

Gezien het ontbreken van bewijs voor een van de drie tenlastegelegde vormen van gevaarzetting, heeft het hof het vonnis van de kantonrechter vernietigd en verdachte vrijgesproken. Dit arrest betreft het hoger beroep tegen een eerdere veroordeling tot een werkstraf en rijontzegging.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs voor gevaarzetting.

Uitspraak

Rolnummer: 22-001692-08
Parketnummer: 11-430049-08
Datum uitspraak: 5 november 2008
TEGENSPRAAK
Gerechtshof te 's-Gravenhage
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter te Dordrecht, zitting houdende te [geboorteplaats] van 17 maart 2008 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962,
adres: [adres]
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van
22 oktober 2008.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis. Daarnaast heeft de advocaat-generaal gevorderd dat aan de verdachte een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van twaalf maanden zal worden opgelegd, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, waarvan een kopie in dit arrest is gevoegd.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis. Tevens is aan de verdachte een ontzegging van de rijbevoegdheid opgelegd voor de duur van twaalf maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 179 lid 6 Wegenverkeerswet Pro 1994, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Geldigheid van de dagvaarding
Door de raadsvrouw van de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat de partiële nietigheid van de dagvaarding dient te worden uitgesproken, aangezien de tenlastegelegde handelingen volgens haar onvoldoende feitelijk zijn weergegeven.
Naar 's hofs oordeel is het voor de verdachte op grond van de feitelijke beschrijving voldoende duidelijk tegen welke beschuldiging zij zich moet verweren en is derhalve voldaan aan de vereisten van artikel 261 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Gelet op het voorgaande verwerpt het hof het beroep op partiële nietigheid van de dagvaarding.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Vrijspraak
Drie wijzen van gevaarzetting zijn ten laste gelegd: gelet op situatie ter plaatse een te hoge snelheid, met een of meer wielen in de berm raken en de macht over het stuur verliezen.
Het hof heeft niet vastgesteld dat de auto van de verdachte met een of twee wielen in de berm naast de weg is geraakt. Evenmin is gebleken dat het verlies van de macht over het stuur aan de verdachte is te verwijten in plaats van dat dit is gekomen door een reactie of reflex, opgeroepen door een onverwachte gebeurtenis op de weg voor haar auto.
Blijft over de vraag of de verdachte, die zich aan de maximum snelheid van 60 kilometer per uur ter plaatse heeft gehouden, harder heeft gereden dan de verkeerssituatie ter plaatse gebood. Volgens een aantal getuigen reed zij aan de harde kant, maar deze indruk kan zijn beïnvloed door het ongeluk dat is gevolgd en de ernstige gevolgen daarvan. Een automobilist achter de fietsers die de verdachte tegenkwam, vermeldt een onverwachte inhaalmanoeuvre van een fietser voor in de groep fietsers kort voor het ongeluk. Vast staat dat in de groep hier en daar al meer dan twee fietsers naast elkaar reden. Dit kan een onverwachte manoeuvre en het verlies van de macht over het stuur verklaren, ook zonder dat de verdachte harder reed dan de plaatselijke situatie toeliet.
Voldoende houvast voor de stelling dat de verdachte harder heeft gereden dan toen verantwoord was, heeft het hof niet gevonden. Het hof komt aldus niet tot de slotsom dat de verdachte, gelet op de situatie ter plaatse, met een te hoge snelheid heeft gereden.
Nu geen van de drie verweten wijzen van gevaarzetting is bewezen, zal het hof de verdachte vrijspreken.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door mr. L.F. Gerretsen-Visser, mr. S.C.H. Koning en mr. D. Jalink, in bijzijn van de griffier mr. V.A.M. Willemsen. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 5 november 2008.