ECLI:NL:GHSGR:2008:BG4653
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- S.K. Welbedacht
- A.H. de Wild
- S. van Dissel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij oplichting
In deze ontnemingszaak heeft het gerechtshof 's-Gravenhage het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 17 mei 2005. De veroordeelde werd veroordeeld voor poging tot oplichting en oplichting, meermalen gepleegd, met een gevangenisstraf van 156 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk, en een taakstraf van 240 uren.
De rechtbank had het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op EUR 134.700,00 en dit bedrag ter ontneming aan de veroordeelde opgelegd. Het openbaar ministerie vorderde betaling van dit bedrag aan de Staat. Tijdens de terechtzittingen in hoger beroep bleek dat geen van de slachtoffers een vordering als benadeelde partij had ingediend en dat een slachtoffer zelfs bereid was een substantieel deel van het bedrag kwijt te schelden.
Het hof overwoog dat de ontnemingswetgeving primair gericht is op bestrijding van op winst gerichte misdaad, vooral bij georganiseerde en internationale criminaliteit. In deze zaak is de kring van benadeelden beperkt tot vier personen uit de kennissenkring van de veroordeelde. Het hof vond dat het algemeen belang niet zwaarder weegt dan de strafoplegging en dat toewijzing van de ontnemingsvordering de positie van de slachtoffers als schuldeisers negatief zou beïnvloeden.
Daarom vernietigde het hof het vonnis waarvan beroep en wees de vordering van het openbaar ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af, waarbij het individuele belang van de slachtoffers zwaarder woog dan het belang van de maatschappij bij ontneming.
Uitkomst: De vordering van het openbaar ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel is afgewezen.