3.6. Uit het Zaakdossier [B]-[belanghebbende] blijkt met betrekking tot de door [A] over de in 3.5 vermelde floppy’s tegenover de FIOD afgelegde verklaringen onder andere het volgende (pagina’s 41 en 42):
”(…)
verklaring d.d. 20 mei 2003
(Tonen gehoorde de door ons genummerde bijlagen van de nummers D/27 tot en met D/30. Ten aanzien van bijlage D 027 heeft gehoorde verklaard)
’Ik heb deze brief volgens mij wel opgesteld, ik herken hem wel. Als u mij vraagt wat ik bedoel met die brief, dat weet ik niet meer. Ik moet hierover overleggen met m’n raadsman. [D] is een kennis van mij.’
’U stelt dat er onderaan de brief staat dat de brief door [D] op mijn verzoek moet worden verwijderd van de pc. Ik weet niet waarom dit erop staat. U vraagt van wanneer deze brief is. Ik heb geen idee wanneer deze door mij is opgesteld.’
(Ten aanzien van bijlage D 028 heeft gehoorde verklaard)
’Ik wil ook dit niet beantwoorden, voordat ik overleg heb gehad met m’n advocaten.’
(…)
(Ten aanzien van bijlage D 029 heeft gehoorde verklaard)
’Ik wil ook dit niet beantwoorden, voordat ik overleg heb gehad met m’n advocaten.’
(…)
Op verzoek van [E], de raadsman van [X.X.X. A], wordt het volgende opgenomen:
Nadat gehoorde vorenstaande verklaring heeft gelezen, verklaarde de verdachte dat hij vindt dat de vraagstelling behoorlijk suggestief is en van veel conclusies voorzien. De verdachte verklaarde, gezien de grote belangen rond de fiscale bezwaarschriftprocedure die op dit moment loopt bij de belastingdienst Amersfoort, geen verdere antwoorden te willen geven op de vragen van ons, opsporingsambtenaren. Ook verklaarde verdachte dat hij zo snel mogelijk in de gelegenheid wil worden gesteld om de stukken, samen met en in overleg met z’n raadsman, te bestuderen.
verklaring d.d. 21 mei 2003
(Wilt u nog ergens op terugkomen en bent u bereid om een verklaring af te leggen?)
’Zoals ik al eerder heb aangegeven, vind ik het verstandiger om geen enkele verklaring meer af te leggen. Dit op aanraden van mijn raadsman. Ik wil eerst dat de stukken die mij getoond zijn, bestudeerd kunnen worden door mijn advocaten. Alsa dat gebeurd is, wil ik best een verklaring afleggen en reageren op uw vragen. Ik bedoel daarmee dat ik dan wil reageren op het aan mij getoonde, de door u genoemde verklaringen van andere verdachten in deze zaak en andere vragen die u heeft. Ik kan mij voorstellen dat u vragen aan mij heeft, maar ik kan u zeggen dat ik voor dit alles een plausibile verklaring heb.’
verklaring d.d. 27 mei 2003
(Wilt u nog ergens op terugkomen en bent u bereid om een verklaring af te leggen?)
’Ik ben bereid volledig aan het onderzoek mee te werken en openheid van zaken te geven. Het is namelijk zo, dat de documenten die u mij getoond heeft, mij helemaal niet bekend zijn. Daarom heeft m’n advocaat mij geadviseerd gebruik te maken van m’n zwijgrecht, en dat doe ik dus ook.’
(…)”