ECLI:NL:GHSGR:2008:BG5993
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Stille
- van Nievelt
- Mink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vordering tot nalatenschap en bewijs schuldbekentenis in hoger beroep
In deze zaak staat centraal of een vordering van de overleden vader op zijn zoon deel uitmaakt van de nalatenschap. De zoon stelt dat de schuld volledig is afgelost, onder meer omdat hij in het bezit is van de originele schuldbekentenis. Het hof oordeelt dat het bezit van de schuldbekentenis op zichzelf geen bewijs van betaling is en dat de zoon onvoldoende bewijs heeft geleverd dat de schuld is voldaan.
De appellanten hebben aangevoerd dat niet de vader, maar een andere partij de schuldbekentenis aan de zoon heeft overhandigd, wat het bewijsvermoeden ontkracht. Het hof vernietigt de bewijsopdracht van de rechtbank die de appellanten belastte met het bewijs van het tegendeel. Verder wordt vastgesteld dat de vordering van € 9.075,- tot de nalatenschap behoort.
Daarnaast is een geschil over de toedeling van een muntenverzameling en de vraag of er sprake is van materiële bevoordeling bij overdracht van landbouwgrond. Het hof bevestigt de toedeling van de muntenverzameling aan de geïntimeerde en wijst de stellingen over materiële bevoordeling af wegens onvoldoende onderbouwing.
De bestreden vonnissen worden voor zover relevant vernietigd en herzien, waarbij ieder partij zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering van € 9.075,- behoort tot de nalatenschap; bewijs van betaling is onvoldoende geleverd.