ECLI:NL:GHSGR:2008:BG6077
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- P.J. Wurzer
- D. Jalink
- F.C.V. de Groot
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs medeplegen en schieten
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor het primair ten laste gelegde feit van het lossen van dodelijke schoten en subsidiair medeplegen daarvan. In eerste aanleg werd verdachte veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf voor het primair ten laste gelegde feit, terwijl hij werd vrijgesproken van het subsidiaire feit.
Het hof heeft het hoger beroep behandeld na meerdere zittingen en heeft de vordering van de advocaat-generaal tot veroordeling tot twaalf jaar gevangenisstraf met aftrek van voorarrest bestudeerd. Na zorgvuldige beoordeling van het bewijs is het hof tot het oordeel gekomen dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte zelf de dodelijke schoten heeft gelost.
Daarnaast is onvoldoende vastgesteld dat verdachte en de schutter een zodanige samenwerking hadden dat sprake was van medeplegen, noch dat verdachte opzet had om medeplichtig te zijn aan het misdrijf. Daarom vernietigt het hof het vonnis van de rechtbank voor zover het betrekking heeft op deze feiten en spreekt verdachte vrij.
Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven. De vrijspraak betreft zowel het primair als het subsidiair ten laste gelegde feit. De overige vrijspraak in eerste aanleg blijft ongewijzigd.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van medeplegen en het lossen van dodelijke schoten.