ECLI:NL:GHSGR:2008:BG7400
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.L.C.C. de Bruijn-Lückers
- R.C.A. Duindam
- C.P.E.M. Fonteijn-Van der Meulen
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid gerechtshof bij tussentijdse beoordeling maatregel stelselmatige daders
In deze zaak is aan de veroordeelde bij onherroepelijk arrest van het gerechtshof een maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor twee jaar opgelegd. Het openbaar ministerie diende binnen twaalf maanden te berichten over de wenselijkheid van voortzetting van deze maatregel.
Op 5 december 2008 behandelde het hof de zaak in raadkamer. Zowel de advocaat-generaal als de raadsman van de veroordeelde concludeerden dat het hof niet bevoegd was tot tussentijdse beoordeling van de voortzetting van de maatregel.
Het hof baseerde zich op een recente uitspraak van de Hoge Raad van 18 november 2008 (LJN BG1596), waarin is bepaald dat alleen de rechtbank die in eerste aanleg kennis heeft genomen van het misdrijf bevoegd is tot tussentijdse beoordeling van de voortzetting van de maatregel.
Daarom verklaarde het hof zich niet bevoegd en verwees de zaak naar de rechtbank 's-Gravenhage voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart zich niet bevoegd tot tussentijdse beoordeling en verwijst de zaak naar de rechtbank.