ECLI:NL:GHSGR:2008:BH0743
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- P.J.J. Vonk
- B. van Walderveen
- H.J. van den Steenhoven
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid inlener voor onbetaalde loonbelasting en premies van uitlener
Belanghebbende, een softwareontwikkelingsbedrijf, werd aansprakelijk gesteld voor onbetaalde loonbelasting en premies van [A B.V.] over de jaren 1998-2001, specifiek voor twee werknemers die via een tussen-B.V. aan belanghebbende waren uitgeleend. Na een boekenonderzoek en FIOD-onderzoek bleek dat [A B.V.] onkostenvergoedingen en loonvoordelen niet als loon had aangegeven, waaronder representatiekosten, autokostenvergoedingen en waardepapieren.
De rechtbank had de aansprakelijkstelling vernietigd, maar het Gerechtshof oordeelde dat belanghebbende als inlener hoofdelijk aansprakelijk is op grond van artikel 34 Invorderingswet Pro 1990. De naheffingsaanslag was terecht opgelegd, ook gelet op de ketenaansprakelijkheid en het feit dat het faillissement van [A B.V.] wegens gebrek aan baten was opgeheven.
Het Hof verwierp het beroep op disculpatiegrond omdat niet aannemelijk was dat het niet betalen niet aan [A B.V.] of belanghebbende te wijten was. De aandelenregeling werd als loon aangemerkt, evenals de aanvullende autokostenvergoeding en representatievergoeding. De keuze van de Belastingdienst om naheffing bij [A B.V.] op te leggen in plaats van navordering bij werknemers werd als binnen de beleidsvrijheid beschouwd.
Het hoger beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd, met uitzondering van de proceskosten. De aansprakelijkheid van belanghebbende werd bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de aansprakelijkheid van belanghebbende voor onbetaalde loonbelasting en premies van [A B.V.] en verklaart het beroep ongegrond.