ECLI:NL:GHSGR:2008:BH0953
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Mink
- Labohm
- Burgers-Thomassen
- Rechtspraak.nl
Weigering inschrijving echtscheidingsbeschikking wegens overschrijding wettelijke termijn
In deze zaak stond centraal of de ambtenaar van de burgerlijke stand terecht weigerde een echtscheidingsbeschikking in te schrijven vanwege overschrijding van de wettelijke termijn. De echtscheiding was uitgesproken op 12 december 2005, waarna de vrouw hoger beroep instelde, maar niet-ontvankelijk werd verklaard wegens te late indiening. De ambtenaar weigerde daarop de inschrijving van de beschikking omdat de man te laat een verzoek tot inschrijving had gedaan.
De man verzocht de rechtbank om de ambtenaar te verplichten alsnog tot inschrijving over te gaan, wat werd afgewezen wegens gebrek aan belang. In hoger beroep werd de veroordeling van de ambtenaar in de proceskosten betwist en verzocht de man om wijziging van de dag van echtscheiding in de inschrijving.
Het hof oordeelde dat de ambtenaar zelfstandig kan beoordelen of de beschikking in kracht van gewijsde is gegaan en dat de termijn van zes maanden voor inschrijving een fatale termijn is. Omdat het hoger beroep van de vrouw niet-ontvankelijk was verklaard, was de beschikking op 13 maart 2006 in kracht van gewijsde gegaan. De man had binnen zes maanden moeten verzoeken tot inschrijving, wat niet was gebeurd.
Daarom was de weigering van de ambtenaar terecht en werd het verzoek van de man afgewezen. Het hof vernietigde de kostenveroordeling ten laste van de ambtenaar en veroordeelde de man in de proceskosten van beide instanties. De overige verzoeken werden afgewezen.
Uitkomst: De ambtenaar mocht de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking weigeren wegens overschrijding van de wettelijke termijn; de man werd veroordeeld in de proceskosten.