ECLI:NL:GHSGR:2008:BH3786
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- Kamminga
- Van der Kuyl
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging machtiging uithuisplaatsing minderjarige kinderen ondanks hoger beroep moeder
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de kinderrechter die de machtiging tot uithuisplaatsing van haar twee minderjarige kinderen verlengde. De moeder betoogde dat de uithuisplaatsing niet langer noodzakelijk was, onder meer omdat zij inmiddels een vierkamerappartement had en bereid was tot hulpverlening. De raad voor de kinderbescherming en Jeugdzorg stelden dat de uithuisplaatsing noodzakelijk bleef vanwege eerdere huiselijk geweld en onvoldoende medewerking aan hulpverlening.
Tijdens de mondelinge behandeling waren de moeder, vader, raad en Jeugdzorg vertegenwoordigd. Het hof nam geen kennis van een laat ingekomen forensisch psychologisch rapport, omdat de behandeling van een verlengingsverzoek aanstaande was. Het hof oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de uithuisplaatsing in het belang van de kinderen noodzakelijk was en dat er geen nieuwe feiten waren die een ander oordeel rechtvaardigden.
Het hof bekrachtigde daarom de bestreden beschikking en verwierp het hoger beroep van de moeder. De kinderen blijven uit huis geplaatst totdat nader onderzoek en beoordeling door de kinderrechter plaatsvindt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen en wijst het hoger beroep van de moeder af.