ECLI:NL:GHSGR:2008:BJ5030
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Bouritius
- Pannekoek-Dubois
- Husson
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij uithuisplaatsing minderjarigen met verblijf in buitenland
In deze zaak stond de bevoegdheid van het gerechtshof centraal om in hoger beroep kennis te nemen van een beschikking tot uithuisplaatsing van minderjarigen. De ouders voerden aan dat de minderjarigen sinds 1 augustus 2008 in Turkije verbleven en daar naar school gingen, waardoor de Nederlandse rechter geen rechtsmacht zou hebben.
Het hof oordeelde dat op het moment van het verzoek tot uithuisplaatsing op 6 augustus 2008 de minderjarigen nog in Nederland verbleven en dat de Nederlandse rechter daarom bevoegd was volgens de Brussel II-bis Verordening. Ook een latere wijziging van verblijfplaats naar Turkije deed hieraan niet af.
Het hoger beroep van de ouders werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de machtiging tot uithuisplaatsing inmiddels was verlopen en zij geen belang meer hadden bij het hoger beroep. De uitspraak bevestigt de jurisdictie van Nederlandse rechterlijke instanties in vergelijkbare internationale situaties.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de ouders niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van belang na afloop van de machtiging tot uithuisplaatsing.