ECLI:NL:GHSGR:2008:BK5030
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Mink
- Van Leuven
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling uithuisplaatsing kinderen in netwerkpleeggezin versus residentiële pleegzorg
Jeugdzorg verzocht om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van twee kinderen in een residentiële voorziening ('gom-gezin'), maar de kinderrechter verleende een machtiging voor plaatsing in een netwerkpleeggezin bij de grootmoeder. Jeugdzorg stelde dat de kinderrechter buiten de rechtsstrijd trad en dat de grootmoeder niet adequaat was voor de gedragsproblemen van de kinderen.
Het hof overwoog dat het belang van het kind centraal staat en dat de rechter niet beperkt is tot een rechtmatigheidstoets van het indicatiebesluit, maar ook de feitelijke omstandigheden moet meewegen. Gezien de wachtlijst voor residentiële plaatsing en de onmogelijkheid van de pleegmoeder om de kinderen te verzorgen, achtte het hof een plaatsing bij de grootmoeder het beste voor de kinderen.
Het hof bekrachtigde de beschikking van de kinderrechter voor de periode tot 1 augustus 2008 en verklaarde deze uitvoerbaar bij voorraad. Voor de periode daarna vernietigde het hof de beschikking en wees het verzoek van Jeugdzorg af, waarbij het aan de kinderrechter werd overgelaten om de situatie verder te evalueren.
De kinderen vertonen ernstige gedragsproblemen, en het hof vond dat een crisispleeggezin niet in hun belang was. De grootmoeder toonde bereidheid tot samenwerking en begeleiding, wat het hof meewoog in haar beslissing.
De procedure toonde ook dat Jeugdzorg te laat in hoger beroep kwam en onvoldoende actie had ondernomen, wat de situatie van de kinderen nadelig beïnvloedde.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing bij de grootmoeder tot 1 augustus 2008 en wijst het verzoek van Jeugdzorg tot residentiële plaatsing af.