ECLI:NL:GHSGR:2009:BH2212
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Mink
- Van der Zanden
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partner- en kinderalimentatie in het licht van gewijzigde financiële omstandigheden door kredietcrisis
In deze zaak stond de wijziging van voorlopige voorzieningen voor partner- en kinderalimentatie centraal, waarbij de man in hoger beroep verzocht de alimentatiebetalingen op nihil te stellen vanwege zijn gewijzigde financiële situatie als gevolg van de kredietcrisis.
De man stelde dat zijn vermogen volledig was verdampt, hij technisch failliet was en niet over liquide middelen beschikte om alimentatie te betalen. Zijn ontslag bij de werkgever hing direct samen met de kredietcrisis, en hij ontving vanaf januari 2009 een WW-uitkering. De vrouw betwistte dit en stelde dat de man verantwoordelijk was voor zijn financiële problemen en dat de alimentatiebetalingen gehandhaafd moesten blijven.
Het hof overwoog dat de rechtbank was uitgegaan van onjuiste en onvolledige gegevens, met name ten aanzien van het vermogen en de draagkracht van de man. Het hof benadrukte het karakter van voorlopige voorzieningen als ordemaatregel, waarbij de daadwerkelijke kasstroom bepalend is. Gezien het lage inkomen en de hoge schuldenlast van de man achtte het hof het niet redelijk om alimentatie te handhaven.
Uiteindelijk wijzigde het hof de voorlopige voorzieningen en stelde de partner- en kinderalimentatie vanaf 1 oktober 2007 op nihil, met de bepaling dat de vrouw de reeds ontvangen bedragen niet hoeft terug te betalen. De overige vorderingen werden afgewezen.
Uitkomst: De partner- en kinderalimentatie worden vanaf 1 oktober 2007 op nihil gesteld zonder terugvordering van reeds ontvangen bedragen.