ECLI:NL:GHSGR:2009:BH2216
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Mink
- Van der Zanden
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep echtscheiding en schorsing uitvoerbaarheid kinder- en partneralimentatie
In deze zaak staat het hoger beroep centraal tegen de beschikking van de rechtbank ’s-Gravenhage van 12 juni 2008, waarin de echtscheiding tussen partijen is uitgesproken en uitvoerbaar bij voorraad is verklaard dat de man kinder- en partneralimentatie aan de vrouw moet betalen.
De vrouw verzoekt primair vernietiging van de echtscheidingsbeschikking en niet-ontvankelijkheid van de man in zijn echtscheidingsverzoek. Het hof oordeelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en dat de emotionele bezwaren van de vrouw dit niet veranderen. Ook zijn geen bijzondere omstandigheden aanwezig die de band tussen echtscheiding en nevenvoorzieningen in stand houden. Daarom wordt de vrouw niet-ontvankelijk verklaard in haar beroep tegen de echtscheiding.
De man verzoekt schorsing van de uitvoerbaar bij voorraadverklaring van de kinder- en partneralimentatie tot onherroepelijke beslissing. Het hof stelt vast dat het vermogen van de man volledig is verdampt en hij niet over voldoende middelen beschikt om de alimentatie te voldoen. Daarom wordt het verzoek van de man toegewezen en de schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad verklaard.
De overige verzoeken in hoger beroep worden aangehouden tot 11 maart 2009. De uitspraak is gedaan na mondelinge behandeling waarbij beide partijen en hun financieel adviseurs aanwezig waren, evenals de raad voor de kinderbescherming die toelichting gaf op omgangsregeling en informatieplicht.
Uitkomst: De vrouw wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de echtscheiding; het verzoek van de man tot schorsing van de uitvoerbaarheid van kinder- en partneralimentatie wordt toegewezen.