ECLI:NL:GHSGR:2009:BH3088
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Raadkamer
- Noordam
- Van den Broek
- Van de Pol
- Rechtspraak.nl
Afwijzing strafrechtelijk beklag wegens vermeende onrechtmatige vrijheidsberoving bij voetbalwedstrijd
Klagers deden aangifte tegen leden van de Rotterdamse Driehoek wegens opzettelijke wederrechtelijke vrijheidsberoving tijdens en na de voetbalwedstrijd Feyenoord-Ajax op 23 april 2006, waarbij 799 personen werden aangehouden. Zij stelden dat de aanhoudingen en de daaropvolgende ophouding onrechtmatig waren en dat de leden van de driehoek strafrechtelijk aansprakelijk moesten worden gesteld.
Het hof oordeelde dat de hoofdofficier van justitie toestemming gaf voor aanhoudingen op basis van een redelijke inschatting en wettelijke bevoegdheid, maar erkende dat achteraf bezien een aanzienlijk aantal personen ten onrechte was aangehouden. De politie handelde onder chaotische omstandigheden en de driehoek was niet volledig geïnformeerd over de omvang van de groep op het Stadionviaduct.
Daarnaast werd vastgesteld dat arrestanten, waaronder klagers, urenlang zonder elementaire voorzieningen werden opgehouden, wat volgens het hof niet neerkomt op opzettelijke wederrechtelijke vrijheidsberoving. Het rapport van de Nationale ombudsman bekritiseerde het optreden en de zorg voor arrestanten, leidend tot excuses van de korpschef en hoofdofficier van justitie.
Gelet op deze omstandigheden en het ontbreken van bewijs voor opzet wijst het hof het beklag af en sluit strafrechtelijke vervolging van de leden van de driehoek uit.
Uitkomst: Het hof wijst het strafrechtelijk beklag af wegens ontbreken van opzettelijke wederrechtelijke vrijheidsberoving door de leden van de Rotterdamse Driehoek.