ECLI:NL:GHSGR:2009:BH3531
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- D. Jalink
- J.C.F. van Gelder
- R.H.J. de Vries
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte in bonnetjesaffaire wegens ontbreken opzet tot belediging
De verdachte werd beschuldigd van het doen van beledigende uitlatingen over een medewerker van een raadslid in het kader van een onderzoek naar mogelijke malversaties bij de Rotterdamse gemeenteraad, de zogenaamde bonnetjesaffaire. Hij had aan een journalist medegedeeld dat deze medewerker een ex-psychiatrisch patiënt en veroordeeld moordenaar zou zijn, wat in een artikel werd gepubliceerd.
De verdachte verklaarde dat hij ervan uitging dat zijn uitlatingen waar waren en dat hij de journalist slechts op het spoor van de aangever wilde brengen, niet de bedoeling had dat de uitlatingen gepubliceerd zouden worden. Getuigenverklaringen ondersteunden deze verklaring. Het hof oordeelde dat de gebruikte bewoordingen feitelijk van aard waren en niet per definitie beledigend, en dat niet was bewezen dat de verdachte opzet had tot belediging of het kennelijke doel had de feiten ruchtbaarheid te geven.
Daarnaast werd vastgesteld dat het vonnis van de politierechter te laat was gewezen, waardoor het hof het vonnis vernietigde en de zaak zelf behandelde. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding omdat de verdachte werd vrijgesproken. Het hof sprak de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van opzet tot belediging en benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevergoedingsvordering.