ECLI:NL:GHSGR:2009:BH3625
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- G.J.W. van Oven
- M. Moussault
- R.H.J. de Vries
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs in zedenzaken tegen verdachte
Het gerechtshof 's-Gravenhage heeft op 20 februari 2009 het hoger beroep behandeld tegen een vonnis van de rechtbank Dordrecht waarin verdachte was veroordeeld voor meerdere zedendelicten jegens twee minderjarige benadeelden.
De tenlastelegging betrof onder meer het betasten en vastpakken van de binnenkant van de bovenbenen en vagina van de eerste benadeelde in de periode 1994-1996, en het zoenen op mond en gezicht van de tweede benadeelde in 2004. In eerste aanleg was verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf.
In hoger beroep heeft het hof de verklaringen van de benadeelden kritisch getoetst en geconstateerd dat deze onvoldoende worden ondersteund door andere wettige bewijsmiddelen. Ook werden tegenstrijdigheden en mogelijke beïnvloeding van herinneringen vastgesteld. Het hof achtte het bewijs niet overtuigend en sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Daarnaast verklaarde het hof de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen tot schadevergoeding, aangezien de strafbare feiten niet bewezen zijn. Het verzoek tot aanhouding van de behandeling voor nader betrouwbaarheidsonderzoek werd afgewezen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van zedendelicten; schadevergoedingsvorderingen worden niet-ontvankelijk verklaard.