ECLI:NL:GHSGR:2009:BH3751
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- S.C.H. Koning
- W.P.C.M. Bruinsma
- J.W. Klein Wolterink
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde
In deze ontnemingszaak heeft het gerechtshof 's-Gravenhage het bedrag vastgesteld waarop de veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen uit bewezenverklaarde strafbare feiten. Het hof heeft het voordeel geschat op €35.950, bestaande uit een aandeel in amfetaminehandel en een deel van een strafbare ontfutseling.
De zaak betreft hoger beroep tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank die een hoger bedrag had vastgesteld. Het openbaar ministerie had een vordering tot ontneming van €448.175,36 ingediend, maar het hof heeft dit bedrag aanzienlijk verlaagd op basis van bewijs en aannemelijkheid.
Het hof heeft de bewijsvoering zorgvuldig gewogen, waarbij het verzoek van de verdediging om een getuige te horen werd afgewezen wegens onvoldoende relevantie voor de ontnemingsvordering. Het hof heeft ook rekening gehouden met eerdere vonnissen en uitspraken over bedragen die niet aan de veroordeelde toekwamen.
Uiteindelijk heeft het hof het bedrag van €35.950 vastgesteld als het wederrechtelijk verkregen voordeel en de veroordeelde verplicht dit bedrag aan de Staat te betalen. Het arrest is gewezen op 23 februari 2009 door de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Gravenhage.
Uitkomst: Het hof stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €35.950 en legt de verplichting tot betaling aan de Staat op.