ECLI:NL:GHSGR:2009:BH4188
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- G.J.W. van Oven
- J.C.F. van Gelder
- E.P.J. Myjer
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit bezit heroïne bevestigd
De veroordeelde werd in eerste aanleg veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van ruim 40 kilo heroïne, maar vrijgesproken van handel in heroïne. Het openbaar ministerie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit zowel het bewezen verklaarde bezit als uit de vrijgesproken handel.
Het hof oordeelde dat ontneming van voordeel uit handel niet mogelijk is vanwege de vrijspraak, die niet als kennelijke misslag wordt beschouwd. Wel is vastgesteld dat de veroordeelde een aanzienlijke vergoeding ontving voor het bezit van heroïne, en dat de herkomst van geldbedragen in zijn kluis niet aannemelijk is verklaard.
Op basis van ervaringsregels en het dossier werd het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €70.505,68, waarvan €65.000 werd opgelegd ter ontneming. Het hof paste een korting toe wegens overschrijding van de redelijke termijn en wees een betalingsverplichting voor wettelijke rente af omdat de bedragen reeds in 1998 in beslag waren genomen.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van €65.000 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit bezit van heroïne.