ECLI:NL:GHSGR:2009:BH5008
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- C.G.M. van Rijnberk
- D.J.C. van den Broek
- G.J. Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep in zaak verduistering, poging tot oplichting en bedrieglijke bankbreuk via bedrijf
De verdachte en haar medeverdachte maakten zich via hun bedrijf gedurende langere tijd schuldig aan verduistering van gelden die door cliënten op de bedrijfsrekening werden gestort. Deze gelden werden niet voor de afgesproken doeleinden gebruikt, maar voor investeringen en privé-uitgaven, wat financieel nadeel voor de benadeelden opleverde en het vertrouwen in assurantietussenpersonen schaadde.
Daarnaast probeerden zij de ABN-AMRO bank te bewegen tot uitbetaling van een geldbedrag door middel van valse jaarstukken, wat niet slaagde door de oplettendheid van bankmedewerkers. Na faillissement haalden zij goederen uit het bedrijfspand weg, waardoor schuldeisers benadeeld werden.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in een aantal tenlastegelegde onderdelen. De verdachte werd vrijgesproken van het primair tenlastegelegde onder feit 2. Het hof veroordeelde haar tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, en ontzegging van het recht tot het uitoefenen van het beroep van financiële dienstverlener voor 5 jaar.
De vorderingen van de benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard omdat deze slechts bij de burgerlijke rechter kunnen worden ingediend. Het hof oordeelde dat het zoekraken van administratie een ernstige inbreuk op het procesrecht van de verdachte betekende, maar dit leidde niet tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie voor de overige feiten.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, deels voorwaardelijk, en ontzetting uit het beroep van financiële dienstverlener voor 5 jaar.