ECLI:NL:GHSGR:2009:BH5248
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J. Borgesius
- A.L.J. van Strien
- R.C. Langeler
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor schuldwitwassen van geldbedrag gestort door partner
De verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken voor het eerste tenlastegelegde feit en veroordeeld voor het tweede tenlastegelegde feit tot een taakstraf van 40 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand. In hoger beroep werd het vonnis vernietigd en opnieuw recht gedaan. Het hof achtte bewezen dat de verdachte gedurende de bewezenverklaarde periode een bedrag van ongeveer €220.000 op haar rekening had, waarvan zij redelijkerwijs moest vermoeden dat dit afkomstig was uit een misdrijf. Dit bedrag was door haar partner op haar bankrekening gestort.
De verdediging voerde onder meer aan dat Nederland geen rechtsmacht had voor het feit gepleegd in Dubai, maar het hof liet dit verweer onbesproken vanwege proceseconomische redenen. Het hof baseerde zijn oordeel op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is begaan en de persoonlijke situatie van de verdachte. Hoewel de verdachte financieel goed onderlegd was, had zij niet blindelings mogen vertrouwen op de verklaringen van haar partner over de herkomst van het geld.
Het hof hield rekening met het ontbreken van relevante justitiële documentatie van de verdachte en legde een taakstraf van 40 uur op, te vervangen door 20 dagen hechtenis bij niet-naleving, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand met een proeftijd van 2 jaar. De tijd in voorarrest wordt in mindering gebracht op de taakstraf volgens de maatstaf van twee uur taakstraf per dag voorarrest.
Het hof verklaarde het eerste tenlastegelegde feit niet bewezen en sprak de verdachte daarvan vrij. Het vonnis werd uitgesproken op 28 januari 2009 tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 40 uur taakstraf en 1 maand voorwaardelijke gevangenisstraf wegens schuldwitwassen.