ECLI:NL:GHSGR:2009:BH5568
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Kort geding
- M.J. van der Ven
- V. Disselkoen
- R.C. Schlingemann
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag op staande voet en afwijzing vorderingen werknemer tegen werkgever advocaat
De zaak betreft een geschil tussen een advocaat (werkgever) en een juridisch adviseur (werknemer) over de rechtmatigheid van een ontslag op staande voet en de afrekening van toevoegingszaken. De werknemer was in dienst sinds 1 januari 2003 en ontving een salaris met een verdeelsleutel voor toevoegingsvergoedingen. Op 22 juli 2003 nam de werknemer ontslag op staande voet wegens vermeende late loonbetalingen en bedrog.
De rechtbank oordeelde dat de redenen voor het ontslag onvoldoende waren geconcretiseerd en dat het ontslag niet aan de vereisten van artikel 7:677 BW Pro voldeed. Tevens werd vastgesteld dat de werknemer een schadeloosstelling aan de werkgever verschuldigd was. De werknemer stelde hoger beroep in en voerde meerdere grieven aan, waaronder over de verdeelsleutel, afrekening van toevoegingszaken en de hoogte van de schadevergoeding.
Het hof bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de dringende redenen voor ontslag ontbraken en dat het ontslag onregelmatig was. De gefixeerde schadevergoeding werd als toewijsbaar beschouwd, waarbij de arbeidsovereenkomst niet tussentijds kon worden opgezegd zonder geldige reden. Ook werd geoordeeld dat de verdeelsleutel van 60%-40% vanaf mei 2003 van toepassing bleef. De vorderingen van de werknemer werden afgewezen en hij werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het ontslag op staande voet onregelmatig is en wijst de vorderingen van de werknemer af.