ECLI:NL:GHSGR:2009:BH6097
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging legesheffing bouwvergunning met niet-degressief tarief door Gerechtshof
Belanghebbende vroeg een bouwvergunning aan voor een bedrijfshal met een geraamde bouwsom van €8.000.000. De gemeente Vlissingen bracht hiervoor leges in rekening van €100.086,39, gebaseerd op een tarief van €6,25 per €500 aan bouwkosten. Belanghebbende betwistte dit tarief en stelde dat het tarief willekeurig en onredelijk was omdat het geen degressie kent en het profijt niet evenredig toeneemt met de bouwsom.
De rechtbank verklaarde het tarief onverbindend en verminderde het bedrag aan leges. Het Gerechtshof kwam in hoger beroep tot een ander oordeel. Het hof oordeelde dat de gemeentelijke wetgever bevoegd is om tarieven vast te stellen en dat de totale legesopbrengsten niet hoger waren dan de kosten, waarmee voldaan werd aan de wettelijke voorschriften. Het hof vond geen sprake van willekeur of strijd met algemene rechtsbeginselen.
Het hof benadrukte dat noch de wet noch de parlementaire geschiedenis een verplichting tot het opnemen van een degressief tarief in de verordening oplegt. De stelling van belanghebbende dat het profijt niet evenredig toeneemt met de bouwsom werd niet relevant geacht voor de rechtmatigheid van het tarief. Het hoger beroep van de Inspecteur werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de legesheffing bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de legesheffing van €6,25 per €500 bouwkosten en vernietigt het vonnis van de rechtbank.