ECLI:NL:GHSGR:2009:BH6193
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.V. van den Berg
- A.E.A.M. van Waesberghe
- D.J. de Brauw
- Rechtspraak.nl
Overheidsaansprakelijkheid voor schade informant na onthulling identiteit en onvoldoende begeleiding
De zaak betreft een informant die in de periode 1989-1995 voor verschillende RCID’s werkte en na afbouw van zijn werkzaamheden schade leed doordat zijn identiteit bekend werd bij criminele organisaties. Hij vordert schadevergoeding van de Staat wegens onrechtmatig handelen, waaronder onvoldoende zorgvuldige afbouw, gebrekkige psychische begeleiding en onvoldoende beveiliging.
Het hof oordeelt dat de Staat niet verplicht was voorafgaand aan de inzet psychisch onderzoek te doen, maar wel tekort is geschoten in de zorgplicht bij de afbouw en begeleiding, waardoor de informant ernstige psychische schade opliep. De Staat had ook moeten zorgen voor adequate beveiliging na beëindiging van de inzet, zeker gezien de verhoogde risico’s na publiciteit over de informantenrol.
De Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van € 50.000,- voor immateriële schade, tot vergoeding van de inkomensschade die nader vastgesteld moet worden in een schadestaatprocedure, en tot vergoeding van beveiligingskosten vanaf 29 september 1995, eveneens nader te bepalen. De overige vorderingen worden afgewezen. Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd.
Uitkomst: De Staat wordt deels aansprakelijk gehouden en veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade, inkomensschade en beveiligingskosten, met overige vorderingen afgewezen.