ECLI:NL:GHSGR:2009:BH9157
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.C. Fasseur-van Santen
- T.H. Tanja-van den Broek
- M.Y. Bonneur
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verkoop auto aan restauratiebedrijf ondanks tegenbewijslevering appellant
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of een auto daadwerkelijk was verkocht aan een restauratiebedrijf gevestigd in Nederland, terwijl de appellant zijn gewone verblijfplaats in de Verenigde Staten had. Het hof nam in een tussenarrest aan dat de auto in mei 1998 aan het restauratiebedrijf was verkocht en stond appellant toe tegenbewijs te leveren.
Appellant voerde aan dat volgens het recht van de staat New York, waar hij woonde, bepaalde formele eisen gelden voor de verkoop van een auto die niet waren nageleefd. Het hof oordeelde echter dat Nederlands recht van toepassing was op de overdracht van eigendom, mede omdat de auto zich in Nederland bevond en het Weens Koopverdrag op de koopovereenkomst van toepassing was, dat geen vormvereisten stelt.
Het hof beoordeelde de getuigenverklaringen en schriftelijke stukken van appellant en het restauratiebedrijf. Hoewel appellant stelde dat hij de auto niet had verkocht en geen contact had gehad, vond het hof de verklaring van een getuige namens het restauratiebedrijf geloofwaardiger, mede ondersteund door schriftelijke verklaringen.
Uiteindelijk concludeerde het hof dat appellant niet was geslaagd in zijn tegenbewijs en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. Tevens werd appellant veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de auto in mei 1998 aan het restauratiebedrijf is verkocht en wijst het tegenbewijs van appellant af.