ECLI:NL:GHSGR:2009:BH9323
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Th.W.H.E. Schmitz
- M.C.M. van Dijk
- M.J. van der Ven
- Rechtspraak.nl
Geen medehuurderschap ondanks samenwonen en huurbetalingen
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of geïntimeerde medehuurder was van een pand waarvan Y de huurder was. Hoewel geïntimeerde en Y samenwoonden en geïntimeerde huur en borg betaalde, was zij niet partij bij de huurovereenkomst en had zij deze niet ondertekend. Ook was geen gezamenlijk verzoek ingediend om medehuurderschap vast te stellen volgens art. 6:267 BW Pro.
De verhuurder vorderde betaling van achterstallige huur van zowel Y als geïntimeerde, stellende dat geïntimeerde medehuurder was. De kantonrechter wees de vordering tegen geïntimeerde af. In hoger beroep bevestigde het hof dit oordeel, stellende dat samenwonen en betalingen niet automatisch medehuurderschap creëren. De verhuurder had onvoldoende concrete feiten gesteld om medehuurderschap of onrechtmatig handelen aan te tonen.
Het hof oordeelde dat de schriftelijke huurovereenkomst alleen Y als huurder vermeldt en dat de wettelijke procedure om medehuurderschap te creëren niet was gevolgd. Ook was er geen bewijs van opzettelijke misleiding door geïntimeerde. De vordering van de verhuurder werd afgewezen en het bestreden vonnis bekrachtigd. De verhuurder werd veroordeeld in de proceskosten van geïntimeerde.
Uitkomst: Geïntimeerde is geen medehuurder en niet aansprakelijk voor de achterstallige huur; het bestreden vonnis wordt bekrachtigd.