ECLI:NL:GHSGR:2009:BH9352
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.H. van Coeverden
- J.W. van Rijkom
- R.C. Schlingemann
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep pensioenreparatie parttimers bij CBR afgewezen wegens verjaring
Appellanten, voormalige neven-examinatoren en contractexaminatoren bij het CBR, vorderden pensioenreparatie wegens onterechte uitsluiting van deelname aan de pensioenregeling voor de periode vóór 1990 en de periode van hun contracten zonder pensioenregeling. De rechtbank wees hun vorderingen af wegens verjaring, waarna zij in hoger beroep gingen.
Het hof overweegt dat de pensioenregeling van CBR tot 1990 parttimers en gehuwde vrouwen uitsloot, wat in strijd was met het EG-Verdrag. Met ingang van 1 januari 1990 werd een nieuwe regeling ingevoerd waarin deze uitsluiting niet meer voorkwam. Appellanten hadden echter bewust gekozen voor contracten zonder pensioenregeling, met een hoger uurloon, en konden daardoor geen aanspraak maken op pensioenreparatie vanaf die datum.
Voor de periode vóór 1990 oordeelt het hof dat appellanten bekend waren met de ongelijke behandeling en de arresten van het Europese Hof van Justitie uit 1994, waarna de verjaringstermijn van vijf jaar begon te lopen. Hun vorderingen zijn daarom verjaard. Ook het beroep op goed werkgeverschap en redelijkheid en billijkheid faalt. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt appellanten in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt het vonnis dat de pensioenreparatievorderingen van appellanten wegens verjaring niet toewijsbaar zijn.