ECLI:NL:GHSGR:2009:BI1940
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.H. van Coeverden
- J.W. van Rijkom
- V. Disselkoen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over pensioenvoorziening voor ongehuwd samenwonende partner bij overlijden na pensionering
De zaak betreft een geschil tussen een werknemer en zijn ongehuwd samenwonende partner enerzijds en Metso Minerals anderzijds over de pensioenvoorziening voor de partner na het overlijden van de werknemer na pensionering. De werknemer was van 1971 tot 2005 in dienst bij Metso, met een pensioenregeling bij Nationale Nederlanden (NN) en later PMT. Voor ongehuwd samenwonenden voorzag de regeling slechts in een risico-nabestaandenpensioen bij overlijden vóór de pensioengerechtigde leeftijd (65 jaar).
De werknemer en zijn partner stelden dat zij onvoldoende waren geïnformeerd over het beperkte karakter van het risico-nabestaandenpensioen en dat zij bij tijdige kennis zouden zijn getrouwd om aanspraak te maken op een volledig nabestaandenpensioen. Metso stelde dat zij als goed werkgever voldoende informatie had verstrekt en dat de werknemer zelf onderzoek had moeten doen.
Het hof oordeelde dat Metso onvoldoende had gemotiveerd dat het pensioenreglement aan de werknemer was verstrekt en dat Metso onvoldoende maatregelen had genomen om misverstanden over het pensioen te voorkomen. Tegelijkertijd werd geoordeeld dat de werknemer, gelet op zijn functie en verantwoordelijkheden, onvoldoende onderzoek had gedaan naar de inhoud van de regeling. Daarom werd de schade verdeeld waarbij Metso een derde voor haar rekening neemt. De zaak werd verwezen naar een comparitie voor verdere afwikkeling en de beslissing aangehouden.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat Metso een derde van de schade draagt wegens onvoldoende informatieverstrekking over het risico-nabestaandenpensioen en verwijst de zaak naar een comparitie voor verdere afwikkeling.