ECLI:NL:GHSGR:2009:BI1954
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- A. Dupain
- A.V. van den Berg
- F. Waardenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over rechtsgeldigheid tenuitvoerlegging gevangenisstraf en detentiegeschiktheid
Appellant is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis waarin de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf werd bevestigd. Hij betoogde onder meer dat hij detentieongeschikt zou zijn en dat de betekening van de appeldagvaarding onrechtmatig was, omdat de Staat onvoldoende had gedaan om hem op te sporen, met name op Curaçao.
Het hof oordeelde dat detentieongeschiktheid alleen aan de orde is als de benodigde zorg niet in de inrichting kan worden gegeven, wat hier niet het geval was. De medische zorg in de penitentiaire inrichting werd als adequaat beoordeeld. Ook werd geoordeeld dat de betekening van de dagvaarding rechtsgeldig was, aangezien appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de Staat op de hoogte had moeten zijn van zijn verblijf op Curaçao.
Verder werd overwogen dat het recht tot executie van de straf niet was verjaard en dat de Staat zich niet zodanig had gedragen dat het recht tot executie was verwerkt. De grieven van appellant werden afgewezen en het vonnis van de voorzieningenrechter werd bekrachtigd. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van appellant af wegens onvoldoende aannemelijkheid van onrechtmatigheid en detentieongeschiktheid.